Dit is het vervolg van het stukje dat ik schreef voor het blaadje van een studievereniging, op dit weblog gepresenteerd in 4 delen. Zie hier deel 1.
.
.
“Maar wat doe je dan precies?”
Wederom dus een vraag die, net als in mijn studententijd, heel relevant is. Gezien het vrije karakter van het beroep is er ook niet een éénduidige definitie aan het beroep consultant of adviseur te geven; in principe kan iedere Jan-met-de-korte-achternaam zichzelf consultant noemen. Maar dan werk je nog niet voor een grote adviesorganisatie als KPMG. Voordat ik ging werken had ik eigenlijk zelf ook nog niet een duidelijk antwoord op die vraag. Maar daar zou ik gaandeweg wel achter komen.
Dus ik ging diverse inhousedagen af, nam deel aan business courses, netwerkte en praatte met starters en recruiters van allerlei bedrijven om een indruk te krijgen van datgene waar een consultant/adviseur zich mee bezig houdt. Op basis van al die informatie maak je dan uiteindelijk de keuze voor KPMG en als mensen je dan vragen “Waarom KPMG?” dan onderbouwde ik dat met name met “Goede mogelijkheden om mezelf te ontwikkelen, dynamische opdrachten en leuke mensen”. Ik kwam terecht bij IT Advisory General Practices: IT advisory omdat ik me daar gevoelsmatig toch het meest toe aangetrokken voelde en General Practices omdat het mij in het begin verstandig leek om mij vooral te oriënteren op een brede markt in plaats van enkel, zeg, Financial services. En dan sta je daar: je eerste werkdag. Mooiste pak aangetrokken; de schoentjes nog maar eens gepoetst en voor de gelegenheid een nieuwe stropdas aangetrokken (die van bier doordrenkte clubdasjes heb ik bij ander inzien toch maar laten liggen). Klaar om de consultant uit te gaan hangen… En uiteindelijk weet je nog steeds niet wat je nou echt moet gaan doen: ik denk uiteindelijk dat niemand je kan voorbereiden op je eerste werkdag, je eerste werkweek of dan eindelijk je eerste inhoudelijke werk.
Ik wist van tevoren dat ik mij onder andere zou gaan bezig houden met IT audits: waarin je beoordeelt of de risico’s van IT systemen wel zodanig beheerst zijn dat je weet dat ze doen wat ze moeten doen en niet de cijfers (onder andere belangrijk voor jaarrekeningcontrole) in het honderd gooien. Mijn eerste opdracht was een dergelijke IT-audit. De klant had al van tevoren een berg documentatie en systeembeschrijvingen opgeleverd die ons ervan zouden moeten overtuigen dat het systeem in orde was. “Asjeblieft Bas,” zei de senior manager destijds. “Hier heb je een normenkader en deze bak met documentatie. Kijk maar eens wat je ervan vindt”.
Daar zit je dan. Met je goede bedoelingen. “Ik wordt IT consultant”. Geen idee wat je nou uiteindelijk moet doen en met het idee dat je met lood aan je voeten in het diepste gedeelte van het zwembad bent gesodemieterd. Natuurlijk weet zo’n senior manager ook wel dat je de kersverse junior niet zo voor de leeuwen kan gooien en hij heeft me snel duidelijk gemaakt hoe je een dergelijke opdracht moest uitvoeren. Maar ik denk dat het goed is geweest mij even te laten zweten om zo erachter te komen dat ik verantwoordelijkheden heb, dat je moet leren zwemmen, maar dat er altijd wel iemand je weer uit het zwembad omhoog trekt wanneer je kopje onder gaat.
Inhoudelijk heb ik inmiddels de nodige stappen gemaakt. De IT Audit heb ik naast me neergelegd en ik heb me de afgelopen jaren bezig gehouden met onder andere het schrijven van informatiebeveiligingsbeleid, het ontwerpen van een IT architectuur, het uitvoeren van data-analyses (“meneer, u heeft hier nog een factuur openstaan van acht miljoen”) het herontwerpen van IT strategieën en migratiepaden.
.
.
Volgende week deel 3.