Daar is ‘tie dan dames en heren. Het langverwachte en onvolprezen lexicon der adviseursjargon (in de geest van de tijd van het jaar houden we de boel rijmend).
Adviseur – Raadgever, consultant. Beschikt over sterk analytisch vermogen, is een teamspeler en bevat een grote dosis flexibiliteit. Kan daarnaast goed met mensen omgaan en is communicatief vaardig.
Blackberry – Het directe E-mail infuus van de adviseur. Voor de daadwerkelijk verslaafde.
Business – Werk, opdrachten, alles waar geld mee wordt verdiend. Komt helaas vaak vóór pleasure.
Call – Telefoongesprek, al dan niet met meerdere mensen tegelijk. “Ik zit in een call” is een veelgehoorde zinsnede die wordt gebruikt als excuus om ergens niet op te reageren.
Coca – Afkorting van conference call. Vaak ook concall genoemd. Vergaderingen vinden helemaal niet meer in één ruimte plaats. Met 10 man onzichtbaar door elkaar heen kwetteren werkt net zo prima.
Deficiency – Sjieke naam voor tekortschieting. Ofwel, de boel is naatje.
Dossier – Bijkomstigheid dat moet worden bijgehouden tijdens opdrachten. Als één van de Big4 moet je voldoen aan veel regels, waaronder dossiervorming.
E-mail – Wat heroine is voor de junk, is e-mail voor de Adviseur. Zonder e-mail kan hij zijn werk maar moeilijk verrichten en zal hij langzaam sterven.
Five-pointer – Eén-twee-drie-vier-vijf aandachtspuntjes uit een gesprek of vergadering.
Google – Een adviseur weet ook niet alles; soms moet er gezocht worden.
High-potential – Het soort sollicitant waar adviesorganisaties om zitten te springen.
Interviews – Gesprekken met Jan de Systeembeheerder en Kees de Proceseigenaar om cruciale informatie naar boven te krijgen ten behoeve van het uitvoeren van opdrachten.
Jaarplan -
Kantoor – Natuurlijke habitat van Adviseurs.
Klanten – Wat cliënten zijn voor advocaten en wat gasten zijn voor café-uitbaters (waarom dat verschil eigenlijk?): organisaties en personen die geld in het laatje brengen. Er hoeven du moment niet noodzakelijk werkzaamheden door KPMG bij de klant uitgevoerd te worden om als klant bekend te staan: “geld-in-het-laatje” staat of valt bij goed relatiemanagement.
Koffie – Stroomt bij Adviseurs door de bloedvaten. Op Kantoor van KPMG prima te drinken, vaak niet te zuipen bij Klanten.
Leasebak – Onvervangbaar onderdeel van de adviseurs-attire; probeer maar eens met het OV in één dag van Amsterdam naar Amstelveen naar Alphen aan den Rijn naar Rijswijk naar De Meern naar Amstelveen naar Amsterdam te komen.
Maatpak – Ander vast item van de Adviseur. Soms ook op casual ridays bij klanten.
Netwerken – Onmisbaar onderdeel van de dagelijkse werkzaamheden van de Adviseur. Noodzakelijk om Business te genereren.
One-pager – Overzichtsplaat van één pagina van een project of potentiële opdracht. Een beetje One Pager bevat op zijn minst één Visual en één Five-pointer.
Pitchpack – Een verzameling slides, plaatjes en tekst (vaak in de vorm van een Powerpoint) om een klant te overtuigen van onze kennis en kunde en daarmee Business binnen te halen.
Powerpoint – Onmisbare tool voor iedere Adviseur. Niet alleen om presentaties te maken en voor te dragen, maar ook om rapportages in te maken: voornamelijk omdat je er mooi Visuals mee kan maken.
Productiviteit – De mate waarin je bestede uren door te belasten zijn aan klanten. Extracurriculair werk als recruitment, trainingen (volgen en geven) of blogstukjes schrijven, ze zijn niet door te belasten aan de Klant.
Relaties – I Potentiële klanten. Hier kun je ook je vrienden onder rekenen; voor Young professionals betekent toch dat je vrienden de CEOs van morgen zijn. II Verbintenissen tussen twee personen die bij hoog opgeleiden soms stukloopt door te hard werken.
Slide – Pagina uit een rapport (vreemd genoeg dus geen page).
Training – Kans om nieuwe vaardigheden te leren en kennis op te doen. Vaak ook een goede gelegenheid om nieuwe collega’s te leren kennen van andere (internationale) kantoren en om te Netwerken.
Up-or-out – Vaak gehanteerde woordcombinatie om de structuur en cultuur van een adviesorganisatie aan te geven. Komt in de praktijk weinig voor: mensen vertrekken bijna altijd vrijwillig.
Vrijmibo – Afkorting voor vrijdagmiddagborrel: als het effe kan, dan wordt vrijdag de dag iets vroeger dan gewoonlijk afgesloten en vervolgd in de kroeg. Door sommige collega’s toch iets te vaak kortgesloten vanwege nog een tripje naar deze of gene randgemeente in de leasekaravaan.
Vrouwen – Levensvorm waar binnen de adviseurswereld een ernstig tekort aan is; de consultancy blijft een mannenbolwerk.
Young Professional – Eigenlijk iedereen die van de Universiteit of HBO afkomt; met diploma wel te verstaan! En dan geen spek-en-bonen diploma zoals de laatste tijd in de media verschijnt.
Zaterdag – Rustdag. Vaak gebruikt om uit te rusten… van een uit de hand gelopen Vrijmibo.