Bovenstaande uitspraak was jaren geleden een veel gebezigde uitspraak van verontwaardiging in de regio waar ik vandaan kom: Zuid-Limburg. Misschien moet ik ‘m weer even gaan oefenen want komend weekend heb ik zowaar een reünie van mijn middelbare schoolklas. Inmiddels is het alweer ruim 10 jaar geleden dat ik Limburg verliet om in Delft te gaan studeren, dus erg leuk om eens te kijken hoe het met iedereen gaat.

Ben benieuwd hoe het zal verlopen: want in welke mate is mijn leven nog vergelijkbaar met dat van mijn oud-klasgenoten en waar zullen de verhalen over gaan? Moet ik me gaan verdedigen dat ik “zo ‘ollands praat” (dat limburgse accent schijn ik wel kwijt te zijn) terwijl het gros misschien in Limburg woont, dat ik bijna 8 jaar over mijn studie heb gedaan terwijl anderen binnen 4 jaar klaar waren, dat ik nog geen kinderen heb terwijl anderen alweer 3 kleuters hebben?

Of, wie weet, is iedereen een onwijze carrieretijger(in) geworden en wordt er genetwaerkt waar je bij neervalt. Je zou toch denken dat het beste gymnasium van Nederland een aantal van de nieuwe CEOs en captains of industry zou voortbrengen en kan ik er nog een slaatje uit slaan…… Sjeumig, ik mag toch hopen van niet. Niks mis met bedrijvigheid doen, maar there’s a tima and a place.

Hopelijk wordt het weer als vanouds, alsof we elkaar gisteren nog gezien hebben. Slap ouwehoeren over onze jaarlijkse tripjes naar de Efteling en hoe we bij de zwanenvijver dan gingen roken. Uiteraard over de Rome-reis waar we altijd stiekem bier moesten drinken, omdat dat uit den boze was. Hoe die ene leraar een volstrekt gebrek had aan humor maar dat zelf niet doorhad en hoe die ander het Duitse “Ich” (“Iesj!”) uitsprak.

Ach, hoe het ook gaat. Als het spaak loopt, kan ik altijd zeggen: “Ik rij BMW, en jij?” (voor mensen die mij niet kennen: dit meen ik uiteraard niet).